Werkwijzen

Dakisolatie

Het aanbrengen van met lijm gebonden HR-Termoparels® tussen dakbeschot en dakpannen.

  1. Om de ca. 2,00 tot 2,50 m¹ wordt een dubbele rij dakpannen in verticale richting verwijderd.
  2. Met behulp van een inblaaspistool voorzien van een lans worden de HR-Termoparels® samen met het bindmiddel vanaf de zijkant en/of buitenzijde tussen het dakbeschot en de dakpannen geblazen.
  3. Nadat de isolatie is aangebracht worden de uitgenomen dakpannen teruggeplaatst en wordt deze bewerking in zijwaartse richting weer herhaald.

Muurisolatie / Gevelisolatie

Het aanbrengen van met lijm gebonden HR-Termoparels® in de holle ruimte (spouw) tussen twee gevelelementen.

  1. Aanbrengen van een vooraf vastgesteld boorgatenpatroon (boormaat 22 mm.)
  2. Met een speciaal inblaaspistool worden de HR-Termoparels® samen met het bindmiddel in de gaten geblazen tot dit gedeelte is gevuld. Zo wordt van beneden naar boven de gevel systematisch gevuld.
  3. Na het vullen worden de geboorde gaten weer afgedicht met het daartoe geschikte materiaal.

    ** In verband met de smalle voegen kan er met een kleinere diameter geboord  (boormaat 16 mm) en wordt het boorgatenpatroon aangepast. Hieraan zijn meerkosten verbonden.

Bodemhygrolatie / Bodemisolatie

Het aanbrengen van Bodemhygrolatie-elementen op de bodem van de kruipruimte en tegen de buitenste funderingsmuren.

  1. De bestaande ventilatieopeningen, zogenaamde muisdichte roosters worden dichtgevoegd.
  2. De elementen bestaan uit een genopt en geperforeerd binnenelement van kunststoffolie met de vernieuwde, door en door brandvertragende HR-Termoparels® die voldoen aan brandvoortplantingsklasse 1.

Het buitenelement is van kunststoffolie ( met overflap ) op basis van polyethyleen, wat bestand is tegen vocht en humuszuren.

Afmetingen van de elementen: Dikte ± 9 cm met een tolerantie ± 0,5 cm. Lengte ± 2,50 m.
Werkende breedte ± 60 cm, met aan één zijde een overlap.

Bodemisolatie

Het betreft het aanbrengen van losse HR-Termoparels®  op de bodem van de kruipruimte tot een gemiddelde laagdikte van ca. 15 cm¹. Deze laagdikte kan enigszins variëren.

  1. Hierbij wordt indien er een kruipluik aanwezig via deze opening met een (lange) lans de HR-Termoparels® in de kruipruimte geblazen.
  2. Ter plaatse dient te worden bepaald om eventueel de kruipruimte via de buitenzijde van de woning te bereiken door het boren van gaten in de muren, tot ca. 30 cm benenden het maaiveld.

Vloerisolatie

Het aanbrengen van gespoten laag Poly-Urethaanschuim tegen de onderzijde van de (beton)vloer met een gemiddelde laagdikte van ca. 7 cm¹.

  1. De kruipruimte moet goed bereikbaar zijn en minimaal 80 cm. hoog zijn.
  2. Oppervlakteberekening = vloeroppervlak + 30 cm. rondom de zijkanten. Bij broodjes-ligger vloeren wordt 20 % extra gerekend.